Geen vergrijpboete bij schrappen nultarief omzetbelasting vanwege fraude
Dat is in de kern wat de Hoge Raad 2 weken geleden heeft beslist (HR 20 februari 2026, nr. 23/00082, ECLI:NL:HR:2026:279)
Wat was er aan de hand?
Belanghebbende verhandelde tweedehands auto’s aan onder meer Roemeense, Slowaakse, Kroatische en Hongaarse bedrijven.
In de administratie van belanghebbende is als bestemming het vestigingsadres van deze ondernemingen vermeld (kopie afhaalverklaringen en CMR-vrachtbrieven).
Belanghebbende heeft geen omzetbelasting in rekening gebracht en in de aangiftes omzetbelasting het nul-tarief toegepast in verband met intracommunautaire leveringen.
De inspecteur heeft een boekenonderzoek ingesteld en stelt zich op het standpunt dat de auto’s niet in Roemenie, Slowakije, Kroatische en Hongarije zijn afgeleverd maar in Duitsland, Berlijn.
Er is sprake van BTW-fraude bij de afnemers en belanghebbende wist dat of behoorde dat te weten.
De inspecteur legt een naheffingsaanslag omzetbelasting op met een vergrijpboete ex art. 67f AWR, opzettelijk niet betalen van de omzetbelasting.
Kan in deze situatie een boete op grond van art. 67f AWR worden opgelegd?
Nee, zegt de Hoge Raad. En motiveert dit als volgt.
Belanghebbende voldoet aan de materiële voorwaarden voor toepassing van het nultarief. Naheffing vloeit enkel voort uit betrokkenheid bij frauduleus handelen in een andere lidstaat.
Het handelen van belanghebbende was, volgens de inspecteur, ook niet gericht op te wenig belasting betalen in Nederland. Het was gericht op te weinig omzetbelasting in een andere lidstaat.
Aangezien de opzet moet zijn gericht op het te weinig betalen van omzetbelasting in Nederland, kan beboeting dus niet plaatsvinden.
Maar de Hoge Raad gaat verder. De inspecteur had namelijk voor het Hof ook nog betoogd, dat belanghebbende ook een verwijt kan worden gemaakt dat te weinig omzetbelasting in Nederland is betaald. Belanghebbende is namelijk op grond van rechtspraak wel omzetbelasting verschuldigd in Nederland.
De Hoge Raad volgt dit betoog niet. De Hoge Raad oordeelt dat in een geval, als het onderhavige waarin belanghebbende materieel voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het nultarief, ter zake van deze leveringen geen omzetbelasting verschuldigd wordt. Er hoeft dus geen omzetbelasting te worden betaald. in deze situatie waarin dan achteraf alsnog op basis van rechtspraak van het Hof van Justitie en de Hoge Raad kan worden nageheven, kan niet worden gezegd dat de beboetbare gedraging van art.67f AWR is begaan.
Wat vind ik er van?
In mijn rol als fiscaal advocaat heb ik met dit arrest uiteraard geen problemen. Ik kan de redenering van de Hoge Raad op zich volgen. In mijn eigen woorden; de omzetbelasting wordt achteraf verschuldigd op basis van rechtspraak van het Hof van Justitie en Hoge Raad en niet op het moment van de aangifte.
Ik had me kunnen voorstellen, zoals ook de staatssecretaris bepleitte, dat belanghebbende wel omzetbelasting verschuldigd zou zijn ten tijde van de aangifte en daarmee te weinig belasting betaalde, omdat hij wist dat hij aan een fraudestructuur deelnam. Je zou kunnen verdedigen dat hij in dat geval op het moment van de aangifte geen recht heeft op toepassing van het nultarief. Maar de Hoge Raad volgt deze lijn niet. De Hoge Raad oordeelt:
“De aldus door de inspecteur met inachtneming van de hiervoor bedoelde rechtspraak nageheven omzetbelasting was immers niet op grond van de Wet eerder verschuldigd geworden en hoeft volgens de Wet niet op aangifte te worden betaald, ook niet als noodzakelijk gevolg van de deelname aan de hiervoor bedoelde frauduleuze structuur.”
Het is dus een ‘terugdraaien’ door middel van het heffen van belasting dat niet eerder verschuldigd was en daar ziet art. 67f AWR niet op.