Wat zijn de gevolgen van het niet doen van aangifte? 

De rechtbank Zeeland- West-Brabant zet dat in een recente uitspraak op een rij (RB Zeeland-West-Brabant 31 maart 2025, nr. 24/3253, ECLI:NL:RBZWB:2025:1824).

Casus

Wat waren de feiten. Hieronder kort en puntsgewijs het verloop.

  • Sinds 5 feb 2019: Belanghebbende is enig aandeelhouder en bestuurder van [B.V. 1] (geen andere werknemers).

  • Sinds 26 jun 2020: Enig aandeelhouder, bestuurder en werknemer van [B.V. 2].

    • [B.V. 2] bezit 24% van [B.V. 3] en is mede-bestuurder.

    • [B.V. 3] heeft geen personeel.

  • In 2020:

    • € 600 loon ontvangen van [B.V. 1].

    • Geen loon of loonheffing via [B.V. 2] of [B.V. 3].

  • Aangifte IB/PVV 2020:

    • Uitnodiging: 27 feb 2021

    • Herinnering: 2 jun 2022

    • Aanmaning: 8 jul 2022 (deadline 22 jul)

  • Ambtshalve aanslag (29 mrt 2023):

    • Loon: € 600

    • Fictief loon: € 46.000

    • Uitkering: € 13.255

    • Totaal: € 59.855

  • Bezwaar (9 mei 2023) + aangifte (9 jun 2023):

    • Totaal aangegeven: € 13.855 (loon + uitkering)

  • Uitspraak inspecteur (2 feb 2024): Aanslag verlaagd naar € 59.255.

Gevolgen van niet doen van aangifte?

Omkering en verzwaring van de bewijslast

De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan, omdat hij ondanks een uitnodiging en aanmaning geen aangifte IB/PVV 2020 heeft ingediend binnen de gestelde termijn. Hierdoor is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast: de inspecteur mag het inkomen schatten, tenzij belanghebbende overtuigend aantoont dat de aanslag onjuist is.

De rechtbank moet vervolgens beoordelen of de schatting van de inspecteur redelijk is, en of belanghebbende heeft doen blijken dat en in hoeverre de aanslag onjuist is.

Redelijke schatting?

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht is uitgegaan van de gebruikelijkloonregeling bij het vaststellen van de aanslag. Omdat belanghebbende directeur-grootaandeelhouder was van 3 BV’s, en hij werkzaamheden verrichtte voor ten minste twee daarvan, is het aannemelijk dat sprake was van een loonverhouding. De inspecteur heeft daarom het belastbaar inkomen geschat op € 46.000, bestaande uit het daadwerkelijk ontvangen loon van € 600 en een gebruikelijk loon van € 45.400. De rechtbank vindt deze schatting niet onredelijk of willekeurig.

Heeft belanghebbende aan de verzwaarde bewijslast voldaan?

Het is aan belanghebbende om te doen blijken dat en in hoeverre de schatting van de inspecteur onjuist is. Naar het oordeel van de rechtbank is belanghebbende daar niet in geslaagd. Anders dan belanghebbende stelt is niet het werkelijk genoten loon maar het voor de werkzaamheden gebruikelijke loon bepalend voor de hoogte van het belastbaar inkomen. Belanghebbende heeft geen bewijs geleverd waaruit zou blijken dat een lager loon dan € 46.000 gebruikelijk zou zijn voor de werkzaamheden die hij heeft verricht. Voor zover belanghebbende heeft bedoeld te stellen dat het gebruikelijk loon lager zou moeten omdat sprake is van een structurele verliessituatie in één of meer vennootschappen binnen het concern blijkt dat naar het oordeel van de rechtbank niet uit het dossier.

In de praktijk

Doordat de aangifte niet is ingediend, terwijl hij wel is uitgenodigd en is aangemaand, loopt belastingplichtige direct tegen omkering en verzwaring van de bewijslast aan en dan wordt het een stuk moeilijker om je gelijk te halen.

Had belanghebbende wel aangifte gedaan dan had de inspecteur misschien ook wel gesteld dat de vereiste aangifte niet was gedaan omdat geen gebruikelijk loon was aangegeven maar dan had de bewijslast daarvan bij de inspecteur gelegen.

Bewijs lager gebruikelijk loon

Voor belastingplichtige was het dan ook eenvoudiger geweest om te bewijzen dat het gebruikelijk loon door een structurele verliessituatie lager had moeten zijn. Hoewel ik uit de uitspraak van de rechtbank opmaak (structurele verliessituatie blijkt niet uit het dossier) dat belastingplichtige niet echt zijn best heeft gedaan om bewijs daarvan te leveren.

Aangifte na de aanslag?

Belanghebbende heeft nog wel een aangifte ingediend nadat bezwaar was gemaakt. De inspecteur heeft de aangifte aangemerkt als een motivering van dat bezwaar.

Dat lijkt mij juist. Een na de aanslag ingediende aangifte niet aangemerkt als aangifte maar als een verzoek om ambtshalve vermindering (IB) of als er al bezwaar is ingediend als motivering.

Niets om aan te geven?

Ook als belastingplichtige niets heeft aan te geven maar hij is wel uitgenodigd om aangifte te doen. Doe het dan wel. Doe een nihilaangifte en leg (in een afzonderlijke brief) waarom er niks is aangegeven.

Vorige
Vorige

Kun je woonplaatsonderzoeken sturen?

Volgende
Volgende

Wanneer is een heffing discriminerend?