Wanneer is de verlengde navorderingstermijn van toepassing?
Deze vraag kwam kort aan de orde in het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:850).
In deze zaak draait het om de vraag of de foutenleer van toepassing is. Daarnaast betoogde belanghebbende dat de inspecteur de verlengde navorderingstermijn had moeten toepassen. De inspecteur had volgens belanghebbende ten onrechte alles in een jaar geheven.
Wat was er aan de hand?
Belanghebbende, een Nederlandse BV met een vaste inrichting in België, heeft in 1999 een herinvesteringsreserve (HIR) van €470.000 gevormd na verkoop van een Nederlands huurrecht. In 2003 werd deze HIR afgeboekt op de aanschaf van een gebruiksrecht op een Belgische woning. De afschrijvingen op dit gebruiksrecht moesten ten gunste van het Nederlandse belastbare resultaat komen.
In de jaren 2004–2012 paste belanghebbende echter een te lage afschrijving toe bij de winstberekening van de Belgische vaste inrichting, doordat zij de HIR onterecht verwerkte als waardevermindering bij de afschrijving. Hierdoor werd te veel winst vrijgesteld van Nederlandse belasting. De inspecteur ontdekte dit pas in 2013.
Omdat de fout jarenlang stilzwijgend werd voortgezet én in 2013 duidelijk werd, heeft de inspecteur de foutenleer toegepast: de fout werd in één keer hersteld via de aanslag 2013. Daarbij werd de correctie verwerkt in de belastbare winst van dat jaar, zonder afzonderlijke navorderingen voor de jaren 2004–2012.
Conclusie AG Wattel
De AG concludeert dat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is (ECLI:NL:PHR:2022:753) . Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis betoogt de AG dat de verlengde navorderingstermijn is bedoeld voor – kort gezegd- gevallen waarin het inkomen of vermogen in het buitenland is opgekomen of aangehouden en op die manier buiten het zicht van de fiscus is gehouden.
In deze casus gaat het volgens de AG niet om verzwegen inkomsten of vermogensbestanddelen.
Beslissing Hoge Raad
De Hoge Raad was er snel klaar mee. Het betoog van belanghebbende dat de verlengde navorderingstermijn van toepassing is, werd onder verwijzing naar de Conclusie van de AG verworpen.
In de praktijk
De uitspraak is niet wereldschokkend, maar wel aardig om kennis van te nemen. Het maakt nog maar eens duidelijk dat de verlengde navorderingstermijn alleen van toepassing is als het inkomen of het vermogen buiten het zicht van de fiscus is gebleven.
Voorwaarden toepassing verlengde navorderingstermijn
· Er moet volgens de Hoge Raad sprake zijn van een buitenland component en die moet er ook onmiddellijk zijn. Dat volgt uit een tweetal arresten van 16 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:303 en ECLI:NL:HR:2018:359). Voor opbrengsten die binnen Nederland zijn behaald en daarna contant naar het buitenland zijn gebracht, geldt niet de verlengde navorderingstermijn. Voor het aanhouden van die tegoeden in het buitenland wel.
· Het moet buiten het zicht van de fiscus zijn gebleven. De wijze waarop de bedragen worden betaald, kan doorslaggevend zijn. Voor buitenlands inkomen dat in Nederland contant wordt betaald, geldt wel de verlengde navorderingstermijn. Dat geldt ook als het daarna op een Nederlandse bankrekening wordt gestort (HR 8 oktober 2010, nr. 09/04322, ECLI:NL:HR:2010:BN9666). Wordt het inkomen direct op een Nederlandse bankrekening gestort, dan geldt de verlengde navorderingstermijn niet (HR 7 oktober 2005, nr. 40.988, ECLI:NL:HR:2005:AT5950).
De inspecteur moet bewijzen dat de verlengde navorderingstermijn van toepassing is. Dat geldt volgens de Hoge Raad ook als de bewijslast moet worden omgekeerd en moet worden verzwaard (ECLI:NL:HR:2018:359).
In deze zaak had belanghebbende juist een beroep op de verlengde navorderingstermijn gedaan. Dat zien we niet zo vaak. Vermoedelijk om aan heffing te ontkomen, aangezien ook de verlengde navorderingstermijn in die zaak inmiddels ruimschoots is verstreken.