Let op! Verzuimboete verhoogd naar €6.709
Met ingang van 1 januari 2025 is het wettelijk maximum van de verzuimboete voor het niet (tijdig) doen van aangifte inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting verhoogd naar €6.709 (art. 67a AWR). Het betreft een 5-jaarlijkse indexering (art. 67cb AWR).
Wanneer kan verzuimboete worden opgelegd?
De inspecteur kan een verzuimboete opleggen als de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting niet (tijdig) is ingediend.
Om de boete te kunnen opleggen moet aan een aantal worden voldaan:
· De belastingplichtige moet zijn uitgenodigd tot het doen van aangifte.
· De belastingplichtige moet zijn aangemaand om de aangifte alsnog in te dienen (art. 9, lid 3. AWR).
Als aan deze voorwaarden is voldaan kan in beginsel een boete worden opgelegd.
Aanmaning niet ontvangen?
Meestal is er geen discussie over het feit dat de belastingplichtige is uitgenodigd tot het het doen van aangifte, maar hoe gaat het in zijn werk als belastingplichtige de aanmaning niet heeft ontvangen? In dat geval geldt het volgende. Het ligt op de weg van de inspecteur om te bewijzen dat de aanmaning is verzonden. De Hoge Raad heeft daaraan op de volgende wijze invulling gegeven:
“Als de inspecteur over juiste adres beschikt en aannemelijk is dat de aanmaning is verzonden, rechtvaardigt dat het vermoeden van ontvangst”.
Omdat er sprake is van bewijs aan de hand van een vermoeden, mogen aan het tegenbewijs ook geen hoge eisen worden gesteld. Als redelijkerwijs moet worden betwijfeld dat de aanmaning is ontvangen, is aan die bewijslast voldaan. Hoe kan belastingplichtige bewijs leveren dat hij de aanmaning niet heeft ontvangen? Door geloofwaardig te ontkennen.
Geloofwaardig ontkennen is consistent ontkennen. Als belastingplichtige vanaf het begin stelt “Ik heb het niet gehad”, is dat geloofwaardiger dan wanneer hij dat pas later in een procedure doet.
Wordt de ontvangst betwist, dan wordt daarmee volgens de Hoge Raad ook de verzending betwist en moet de inspecteur bewijzen dat de aanmaning is verzonden en aangeven met welke postvervoerder het is verstuurd.
Niet direct het wettelijk maximum
Een keer per 5 jaar worden de wettelijke maxima geïndexeerd. Op 1 januari 2030 is het volgende moment.
Besluit bestuurlijke boete belastingdienst (BBBB)
Op basis van het BBBB wordt niet direct het wettelijk maximum opgelegd. Voor de inkomstenbelasting geldt dat in beginsel een boete van 7% van het wettelijk maximum wordt opgelegd als de aangifte niet (tijdig) is gedaan. Voor de vennootschapsbelasting geldt in beginsel een boete van 50% van het wettelijk maximum.
Aanpassing BBBB
Het BBBB is eind vorig jaar aangepast. De nieuwe wettelijke maxima zijn in het BBBB opgenomen, maar de percentages die in beginsel worden opgelegd, zijn niet aangepast. Dat betekent voor de vennootschapsbelasting dat de verzuimboete is verhoogd naar €3.354. Dat is een verhoging van meer dan 20% ten opzichte van de vorige boete van €2.757.
Boete te hoog?
Uit de rechtspraak volgt dat ‘Hoe hoger een boete, hoe eerder deze buiten proportioneel is”. Het is daarom goed om altijd even na te gaan of de boete niet buiten proportioneel is, bijvoorbeeld omdat het vennootschap is met nauwelijks opbrengsten en de voorgaande jaren zijn de aangiften wel altijd op tijd gedaan.
De feitelijke situatie is bij de beoordeling daarvan doorslaggevend.
Geldt dit ook voor aangiftes die al zijn gedaan?
Nee, op basis van de wet, art. 67cb, lid 2, AWR, wordt de nieuwe hogere boete opgelegd voor verzuimen begaan na de invoering van de verhoging. Met andere woorden aangiftes die na 1 januari 2025 te laat worden ingediend, worden beboet met de hogere boete.
Meer informatie?
Op het platform Tax Studio Online vind je onder het onderwerp ‘Aangiftes & Verzuimboetes’ alle informatie die je nodig hebt om succesvol bezwaar te maken tegen een verzuimboete (voorbeeldbrieven, stappenplan, voorbeelden van omstandigheden die tot een lagere moeten leiden etc.).